Wat is stress

Wat is stress?


Stress is een lichamelijke en psychische respons op een uitdaging of een bedreigende situatie.

Ofwel :

Fysieke en psychische veranderingen die optreden in reactie op stressoren.

Een stressor is een stressvolle stimulus of situatie.


Bijvoorbeeld: Je moet een presentatie geven voor de groep. Dit is de stressor.

Jouw reactie hierop is een kloppend hart, klamme handen, het zweet breekt je uit, een knoop in je maag…

Dit zijn biologische veranderingen die deze stressor teweeg brengt.

Psychologische stress kan dan zijn : ze kijken allemaal naar mij… , doe ik het wel goed?, wat gaan ze vinden van mijn presentatie?

De mate van stress hangt af van de cognitieve beoordeling van de persoon die de presentatie geeft. Iemand die bijvoorbeeld heel veel presentaties geeft, staat veel rustiger voor de groep dan iemand die voor de eerste keer een presentatie moet geven.

Je lichaam komt in een staat van een Fight-or-Flightreactie.

Vecht vlucht bevries




Pas wanneer mensen stressoren als bedreigend, gevaarlijk of pijnlijk zien, ontstaat stress.

De inschatting van dreigend gevaar brengt het lichaam in een verhoogde toestand van waakzaamheid die begint bij de amygdala. (Arousal). Deze geeft signalen af naar andere hersengebieden waardoor stresshormonen zoals adrenaline en cortisol worden afgescheiden in het bloed.

Om de hersenen en spieren van extra energie te voorzien, gaan ademhaling, hartslag, bloeddruk en spierspanning omhoog. De bloedstroom naar het hoofd neemt toe en die naar de ingewanden en huid wordt beperkt.

Dit is ‘de voorbereiding’ op wat komen gaat. We kunnen zo effectief en efficiënt reageren.

Dit is acute stress: een tijdelijk, kortdurend, patroon van arousal als reactie op een stressor met een duidelijk begin en een beperkte duur.

Normaal gesproken keer de balans geleidelijk terug in het lichaam.

Wanneer dat niet gebeurt en stresshormonen actief blijven, staat het mechanisme door en kan chronische stress ontstaan.

Of mensen ook daardoor klachten ontwikkelen, ligt er aan hoe ze met deze stress omgaan, dit noemen we “coping”


Coping kun je in 3 groepen onderscheiden:

1.    Probleemgericht coping (actief probleem aanpakken)

2.    Emotiegerichte coping (het uiten van emoties)

3.    Responsgerichte coping (mindfulness waarmee de gevolgen van stress te verminderen zijn.

Er zijn ook passieve manieren van coping:

•    Vermijden

•    Piekeren

•    Anderen de schuld geven

•    Veel eten

•    Veel roken

•    Veel alcohol

•    Veel kalmeringsmiddelen

Passieve coping vermindert de stress wel op korte termijn, maar maakt het op lange termijn juist erger.

Sociale contacten zijn in deze periode heel belangrijk.

Ook je persoonlijkheid is bepalend voor het verloop.

Te lange blootstelling aan stressoren maakt ziek.

Stress kan een hoofdrol spelen bij hoofdpijn, maagzweren, hoge bloeddruk, harkwalen, vatbaarheid voor virussen en bacteriën (stress tast het afweerstelsel aan). Maar ook bij psychische problemen als depressie en angsten is stress een factor van betekenis.

Daarnaast zorgt stress voor het verouderen van onze cellen.


Emotioneel    Angst, somberheid, irritatie of agressiviteit, gebrek aan energie (‘de accu is leeg’)

Cognitief    Lage zelfwaardering, concentratieverlies en vergeetachtigheid, ontevredenheid met het werk, besluiteloosheid

Gedragsmatig    Veel roken of snoepen, toenemend gebruik van alcohol en kalmerende middelen, zich terugtrekken uit sociale situaties, het krijgen van (kleine)

ongelukken

Lichamelijk    Droge mond, zweten, slaapproblemen, allerlei lichamelijke ongemakken en pijnklachten, hyperventilatie, sterk verminderde seksuele activiteit, chronische vermoeidheid


1    Dood van de partner

2    Scheiding

3    Gedwongen gescheiden leven

4    Gevangenisstraf

5    Dood van een naaste

6    Persoonlijk letsel of ziekte

7    Huwelijk

8    Ontslag op werk

9    Verzoening in huwelijk

10    Pensioen


Deze zijn in te delen in

1.    Type 1-trauma; acute, eenmalige traumatische gebeurtenis

2.    Type 2-trauma; herhaalde en langdurige traumatisering

Beide typen kunnen uitmonden in PTSS (later meer hierover)

Na een schokkende ervaring kan een acute stressstoornis optreden. Mensen ervaren dan allerlei angstverschijnselen en spanningsklachten, vaak samen met een gevoel van verdoving of vervreemding. Deze symptomen verdwijnen binnen een maand na de gebeurtenis.


Natuurrampen en terrorisme

De psychologische reactie op rampen zijn:

1.    Psychische gevoelloosheid, psychische shock en verwardheid

2.    Handelen op de automatische piloot

3.    Fase van gezamenlijke inspanning

4.    Inzinking

5.    Periode van herstel


Persoonlijk verlies

Overlijden van een dierbare, echtscheiding

Deze gebeurtenissen gaan gepaard met rouw.

De fases hierbij zijn:

1.    Shock

2.    Ontkenning (ongeloof, zoeken naar bewijs dat het niet waar is)

3.    Frustratie (beseffen dat het leven is veranderd, soms boos)

4.    Depressie (sombere stemming, gebrek aan energie)

5.    Integratie (veranderingen worden geïntegreerd)

6.    Experiment (eerste pogingen om te gaan met de nieuwe situatie)

7.    Besluit (leren om te gaan met de nieuwe situatie, positiever gevoel)


Wanneer de symptomen van de acute stressstoornis langer duren of pas na een verloop van tijd optreden, spreken we van PTSS.


PTSS is een mogelijk gevolg van traumatische stress; Posttraumatische stressstoornis

Kenmerkend is de herbeleving van de emotionele, cognitieve en gedragsmatige aspecten van een trauma dat eerder is ondergaan, terwijl geprobeerd wordt prikkels die deze herbeleving kunnen veroorzaken te vermijden.

De symptomen uiten zich vaak in:

•    Concentratieproblemen

•    Slaapproblemen

•    Schrikachtig

•    Erg ‘opgefokt’ en prikkelbaar.

•    Overmatig waakzaam en blijven als het ware ingesteld op gevaar, terwijl dat niet meer nodig is

•    Negatieve gedachten

•    Schuldgevoelens

•    Nog maar een deel herinneren van de gebeurtenis

•    De traumatische gebeurtenis steeds opnieuw beleven tijdens nachtmerries of in afschuwelijke herbelevingen overdag (flashbacks)

•    Proberen ze alles uit de weg te gaan wat ook maar enigszins doet denken aan hun ingrijpende ervaringen

•    Soms agressief, roekeloos of zelf-destructief gedrag

Veelal is bij PTSS de reactie volledig verklaarbaar uit de ernst van de gebeurtenis.


Behandeling PTSS

•    Exposure

•    EMDR

De kans op herstel is redelijk goed.

Bij een ernstige PTSS kan men zelden volledig herstel verwachten. Behandeldoel is dan er zo goed mogelijk mee te leren leven.

Deze stressoren zijn vooral langdurig. Bijvoorbeeld financiële problemen, huwelijks problemen, slechte woonomstandigheden en in armoede leven.

Maar ook

•    maatschappelijke stressoren; denk aan werk, huiselijke kring, school, werkeloosheid, armoede, racisme,

•    belangrijke levensgebeurtenissen; denk aan nieuwe baan, nieuwe studie, op vakantie gaan, geboorte kind

•    dagelijkse kleine ergernissen; denk aan wachten (file, kassa, bus, trein), iets wat je graag wilt en het is uitverkocht, je computer start niet op. Het zijn kleine frustratie en irritaties.


Bij deze laatste is de cognitieve beoordeling weer van invloed hoe je deze situaties ondergaat. Voor de een is een file een marteling en een ander gebruikt dit moment om even lekker muziek te luisteren en te ontspannen.


Mogelijke gevolgen van chronische stressoren zijn:

•    compassiemoeheid ; toestand van psychologische uitputting die verzorgers na langdurig contact met lijdende cliënten gestrest, verdoof of onverschillig maakt.

•    burn-out; syndroom van emotionele, fysieke en cognitieve uitputting, depersonalisatie en verminderde prestaties, vaak werk gerelateerd.

•    Algemeen aanpassingssyndroom; algemeen patroon van lichamelijke responsen waardoor het lichaam in essentie op elke ernstige chronische stressor op dezelfde manier reageert.

Het algemeen aanpassingssyndroom doorloopt 3 fasen

1.    Alarmfase: stress activeert het waarschuwingssysteem, in reactie op de stressor, de hulpbronnen van het lichaam.

2.    Weerstandsfase: als de stressor aanblijft, maar niet sterk genoeg is om het organisme in het eerste stadium onderuit te halen, komt het lichaam in de weerstandsfade, waarbij alle fysiologische kenmerken van de alarmfase blijven bestaan. Tijdens deze fase probeert het lichaam de effecten van de stressor te bestrijden. Maar alleen tegen de oorspronkelijke stressor. Een tweede stressor kan een mens dan niet erbij hebben en kan zelfs lijden tot de dood.

3.    Uitputtingsfase: het lichaam heeft rust en herstel nodig om het fysiologisch functioneren naar een acceptabel niveau terug te brengen. Krijgt het lichaam deze rust en herstel niet, ontstaat het risico op lichamelijke ziekten.


Aanpassingsstoornissen kennen een tal van uiteenlopende symptomen verdeeld in 2 groepen:

1.    Emotionele klachten (neerslachtigheid, angst, boosheid, prikkelbaarheid)

2.    Lichamelijke klachten (vermoeidheid, spierpijnen, rugklachten, hoofdpijn) zonder lichamelijke oorzaken

Vanwege de grote verscheidenheid aan klachten en stressoren is de aanpassingsstoornis niet duidelijk af te bakenen.

Andere stressvormen die vallen onder de aanpassingsstoornis zijn:

Werkstress

Werkstress ontstaat wanneer er geen goede afstemming is tussen de capaciteiten en/of behoeften van de persoon enerzijds en de aard van het werk en/of het team anderzijds.

Overspanning

Overspannenheid is een klinisch beeld dat gekenmerkt wordt gekenmerkt door spanningsklachten die aanzienlijke gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de patiënt.  Patiënten zijn moe, gespannen, prikkelbaar, emotioneel labiel, lijden aan concentratieverlies en/of slapen slecht. Overspannenheid wordt gezien als het gevolg van een gebrek aan balans tussen stressveroorzakende factoren en het verwerkingsvermogen van de patiënt waardoor de iemand controleverlies en demoralisatie ervaart. Als die stressveroorzakende factoren met name in het werk liggen is er sprake van werkgerelateerde overspannenheid.

Burn-out

Een syndroom dat gekenmerkt wordt door lichamelijke en cognitieve vermoeidheid als gevolg van veeleisende, doorlopende druk op het werk, thuis of in relaties en daarnaast door emotionele uitputting.

In de DSM 5 hoort de burn-out bij de aanpassingsstoornissen : disproportioneel lijden en/of beperkingen in het dagelijks functioneren als reactie op een ‘stressor’.

De meest voorkomende klachten bij een burn-out zijn lichamelijke uitputting, niet meer op kunnen laden, concentratie- en geheugenklachten, gevoelens van incompetentie en kwaadheid, gevoel van falen, slaapproblemen, piekeren, gespannen zijn en nergens meer toe kunnen komen.

Daarnaast zijn er ook pijnklachten zoals hoofdpijn, maagpijn en/of spierpijn. Mensen met een burn-out wachten vaak pas tot dit moment met het vragen om hulp, vaak is er een gevoel van schaamte en falen.

Behandeling aanpassingsstoornis

Hulp in een vroeg stadium kan een chronisch verloop voorkomen.

De behandeling moet zich richten op de belangrijkste spanningsklachten en de oorzaken van de stress.

Bepaling van de stressor en dan de coping mogelijkheden bekijken.


Voor het aanpakken van spanningsklachten zijn tal van technieken ontwikkeld zoals relaxatieoefeningen, meditatie en zelfinstructietraining.


De kansen op herstel bij aanpassingsstoornissen zijn redelijk tot goed.

Toch kunnen deze stoornissen chronisch worden, vooral als de psychosociale stressor ernstig of langdurig is en de persoonlijke weerbaarheid en de sociale steun beperkt blijven.

Heel soms houd de stoornis aan vanwege ‘ziektewinst’. De klachten en symptomen blijven in stand omdat de patiënt zo aan bepaalde verantwoordelijkheden of vervelende taken kan ontkomen.



Boeken:

Psychiatrie – Van diagnose tot behandeling / R. Van Deth

Psychologie – een inleiding / Philip G. Zimbardo

Verkenningen in de psychiatrie, een holistische benadering / A. Rümke


Internet:

https://www.beroepsziekten.nl/beroepsziekten/overspannenheid-burnout

https://www.ggzgroep.nl/klachten/burn-out